Week 2
Het autonome zenuwstelsel
Ons lichaam beschikt over een automatisch systeem dat de hele dag actief is zonder dat we daar bewust over hoeven na te denken. Dit noemen we het autonome zenuwstelsel.
Dit systeem regelt belangrijke processen zoals:
- ademhaling
- hartslag
- bloeddruk
- spierspanning
- spijsvertering
- slaap
- herstel
Het autonome zenuwstelsel helpt ons om te reageren op situaties die energie, aandacht of actie vragen. Tegelijkertijd zorgt het systeem ervoor dat het lichaam weer kan herstellen wanneer de spanning voorbij is.
Bij langdurige stress raakt dit systeem vaak uit balans. Het lichaam blijft dan langer actief en alert dan eigenlijk nodig is. Veel mensen merken dit aan klachten zoals gespannen spieren, slecht slapen, vermoeidheid, onrust of moeite met ontspannen.
Het is belangrijk om te begrijpen dat deze reacties niet “tussen de oren” zitten. Het lichaam reageert echt op langdurige belasting.
Sympathisch en parasympathisch systeem
Het autonome zenuwstelsel bestaat grofweg uit twee onderdelen die samenwerken.
Het sympathische systeem – de actiestand
Dit deel van het zenuwstelsel helpt je om in actie te komen wanneer dat nodig is.
Bijvoorbeeld:
- tijdens stress;
- bij gevaar;
- wanneer je moet presteren;
- wanneer je snel moet reageren.
Het lichaam maakt zich klaar voor actie:
- je hartslag stijgt;
- je spieren spannen zich aan;
- je ademhaling versnelt;
- je aandacht wordt scherper.
Dit systeem is erg belangrijk en helpt ons functioneren.
Het parasympathische systeem – de herstelstand
Dit deel van het zenuwstelsel helpt het lichaam herstellen en ontspannen.
Wanneer dit systeem actief is:
- ontspant de ademhaling;
- daalt de hartslag;
- neemt spierspanning af;
- komt herstel op gang;
- kan het lichaam energie aanvullen.
Beide systemen hebben we nodig. Problemen ontstaan wanneer het lichaam te lang in de actiestand blijft staan en onvoldoende tijd krijgt om terug te schakelen naar herstel.
Vecht-, vlucht- en bevriesreacties
Wanneer het lichaam spanning of gevaar ervaart, reageert het automatisch. Dit gebeurt vaak sneller dan we bewust kunnen nadenken.
Er zijn drie veelvoorkomende stressreacties.
Vechten
Het lichaam maakt zich klaar om de situatie aan te pakken.
Dit kan zich uiten in:
- irritatie;
- boosheid;
- controle willen houden;
- veel actie ondernemen.
Vluchten
Het lichaam probeert spanning te vermijden of ervan weg te gaan.
Dit kan zich uiten in:
- onrust;
- druk bezig blijven;
- vermijden;
- moeite met stilzitten;
- voortdurend afleiding zoeken.
Bevriezen
Wanneer spanning te groot of te langdurig wordt, kan het systeem als het ware vastlopen.
Mensen kunnen zich dan:
- leeg voelen;
- afgesloten voelen;
- erg moe voelen;
- moeilijk tot actie komen.
Deze reacties zijn geen bewuste keuzes. Het zijn automatische beschermingsreacties van het lichaam.
Cortisol en adrenaline
Bij stress maakt het lichaam stresshormonen aan, waaronder adrenaline en cortisol.
Adrenaline
Adrenaline zorgt ervoor dat je snel kunt reageren.
Het lichaam krijgt tijdelijk extra energie:
- hartslag stijgt;
- ademhaling versnelt;
- spieren spannen zich aan.
Dit is handig bij korte stressmomenten.
Cortisol
Cortisol helpt het lichaam om langer alert te blijven en energie beschikbaar te houden.
Bij langdurige stress blijft het lichaam vaak langere tijd cortisol aanmaken. Dat kan invloed hebben op:
- slaap;
- energie;
- concentratie;
- geheugen;
- emoties;
- immuunsysteem.
Daardoor kunnen mensen zich uitgeput voelen terwijl zij toch voldoende rusten.
Waarom ontspanning soms moeilijk voelt
Veel mensen denken:
“Als ik rust neem, moet ik me toch beter voelen?”
Toch merken veel mensen met stress- en spanningsklachten dat ontspannen helemaal niet vanzelf gaat.
Dat komt omdat het lichaam gewend kan raken aan voortdurend “aan” staan.
Wanneer het systeem lange tijd alert is geweest, kan rust zelfs ongemakkelijk voelen. Sommige mensen ervaren tijdens ontspanning:
- onrust;
- schuldgevoel;
- irritatie;
- piekeren;
- moeite met stilzitten.
Dat betekent niet dat ontspanning niet werkt.
Het betekent vaak dat het zenuwstelsel moet wennen aan een andere toestand.
Ontspanning is daarom niet iets wat je kunt afdwingen. Het lichaam moet opnieuw leren dat rust veilig is.
Rust versus herstel
Rust en herstel zijn niet precies hetzelfde.
Rust betekent vaak dat je tijdelijk minder doet.
Bijvoorbeeld:
- op de bank zitten;
- televisie kijken;
- even stoppen met werken.
Dat kan prettig zijn, maar het zorgt niet altijd voor echt herstel.
Herstel betekent dat het lichaam daadwerkelijk kan opladen en ontspannen.
Herstelmomenten zijn momenten waarop:
- het zenuwstelsel tot rust komt;
- spanning afneemt;
- energie wordt aangevuld;
- het lichaam zich veilig genoeg voelt om te herstellen.
Wat herstel geeft, verschilt per persoon.
Voorbeelden van herstelmomenten kunnen zijn:
- wandelen;
- buiten zijn;
- rustig ademhalen;
- creatieve activiteiten;
- massage;
- een prettig gesprek;
- ontspanning zonder prestatiedruk.
Veel mensen met stressklachten merken dat ze wel rust nemen, maar onvoldoende herstellen. Daarom is het belangrijk om niet alleen minder te doen, maar ook bewust activiteiten te kiezen die het lichaam helpen opladen.